Zwientje op ’t hok…

Zwientje op ’t hok…
Zwientje op ’t hok en törf in ’t schuurtje. Bij ons thuis vroeger een hele normale gang van zaken. Daar kon je de winter mee aan zien komen maar vooral mee door komen. Aanleiding om deze herinnering op te halen was een tekst van Gradus Scholten:
“Mien pa zei altied als t zwien slacht werd, hest ons aain tied opvreten, nou vreten we die op, kreegt zwien tougie aan pode en was zien leste loop naor slachtbaanke. Moeke stoan kloar met kromstok om blout te reuren as zwien dood was en nait te vegeetn de borrel daai dronken werd”.

November, slachtmaand…
Slager Ot Levinga ging van boerderijtje naar boerderijtje, zo herinner ik mij, en als hij kwam stond meestal alles al klaar. Buiten zette pa de ladder schuin tegen de muur, in de kookpot stoomde het hete water, een deur (denk ik, maar het kunnen ook een trits planken zijn geweest) werd op een paar bokken gelegd en daarop werd dan het varken geslacht. Wat ik me nog  herinner was dat het hete water vooral gebruikt werd om de haren van het varken te schrapen, maar goed…

ik was een kind, en wist niet beter
dan dat het nooit voorbij zou gaan. (Wim Sonneveld – Het Dorp) 

Feest…
Feest was het als het varken, uit z’n hok gedreven, touw om z’n voorpoot, zich los wist te maken van zijn begeleider. Het dier rende dan een paar rondjes om de mestvaalt of ging op een drafje door een modderig stukje weiland, terwijl de kinderen vol spanning toekeken, want in die tijd was het heel gewoon dat ook kinderen bij de slachterij aanwezig waren. Voor het varken was het hoe dan ook een verloren strijd want uiteindelijk belandde het toch op de slachtbank.

Bloedworst…
Ik zie nog voor me, blijkbaar is het een sterk beeld gebleven, dat het bloed van het varken werd opgevangen in een emmer. Er moest dan meteen met een stok flink in die emmer geroerd worden om stolling te voorkomen, maar hoe het ook zij, het roeren was in ieder geval goed voor de bloedworst. Gebakken was dat een lekkernij, vooral in de winter.

Ook herinner ik me nog de voldoening en opluchting als het geslachte varken door de slager voorzien werd van blauwe stempels, ten teken dat het vlees was goedgekeurd en ik herinner me de tevredenheid als de hele slachtpartij achter de rug was en goed was verlopen. Natuurlijk hoorde daar ter afsluiting ook een borreltje bij.

Dan was het tijd voor de verwerking. Zijden spek ophangen, worsten maken en drogen, bloedworst en hoofdkaas maken, vet met kaantjes in van die vettige bekers gieten en in de kelder laten stollen. (Ik lust dat spul nog steeds niet. Ik vond het regelrecht smerig).
Aan het einde van het hele gebeuren mochten mijn broer en ik nog een pakketje vlees, spek en worst naar de buren brengen, want dat hoorde zo.

Dit bericht is geplaatst in Niet gecategoriseerd. Bookmark de permalink.