’t Grunneger houkje…

Het is al weer een hele tijd geleden dat ik zelf iets in het Gronings op papier heb gezet. Dat kwam, omdat ik een paar boeken had gekregen die (bijna allemaal) in het Gronings waren geschreven.
Een kleine greep uit de boekenkast.
Het boek “Martha, ’t zwien zit in de hof” van  B.J. Mensingh met als ondertitel “Merkwaardige gebeurtenissen in de zes dingspillen van Drenthe”  bevatte dan wel Drentse verhalen die in het Nederlands waren geschreven, maar het woord “zwien” in de titel was al genoeg, want dat woord gebruikten we in mijn geboortestreek ook voor varken. Ik was meteen om.

Een ander boek, ontvangen van dezelfde gulle gever,  droeg de titel “ t Waait wel, mor t störmt nait”, (sprookjes oet ootjes kovver) van de hand van Annie van Dijken-Hooghuis. Het was in de Groninger volkstaal geschreven en het las gemakkelijk.

Mijn jongste aanwinst was, als het om een “Grunneger bouk” gaat, “Humor in Grunnegerlaand” deur K. ter Laan, met “schilderkes” van Johan Dijkstra.
Ik vond het in het Veenkoloniaal Museum in Veendam.
Achterin het boek staan een aantal spellingsregels voor het Gronings vermeld, maar daar heb ik me toentertijd niet aan kunnen houden, want ik had mijn verhaal toen al grotendeels klaar en schreef het zoals ik dacht dat het goed was.
Ter Laan schreef in zijn boek:
Om aanstonds misverstand te vermijden, natuurlijk volledige waardering van
de tongval van ieder deel der provincie. Ieder goed schrijver geeft de taal
weer, zoals hij die in zijn eigen streek hoort, dat is de eerste eis. Maar dat
gaat buiten de spelling om.
Mijn punt: vanwege pa ben ik een halve Drent en vanwege ma een halve Groninger, maar ik ben geboren en getogen in het veenkoloniale gedeelte van het Bourtangermoor in Drenthe, de Mondenstreek, ten zuiden van de Semslinie, waar plaatsnamen als Drouwenermond, Buinermond, Valthermond, Exloermond, Weerdingermond nog steeds tot het dagelijkse taalbegruik behoren. Uiteraard uitgesproken in het veenkoloniaal dialect.
Het in deze omgeving gesproken Gronings heeft een andere klankkleur dan het Gronings verderop naar het noorden. Vandaar dat ik het graag heb over het veenkoloniaal Gronings.

Dit dialect, met in mijn geval behept met wat invloeden van de Drentse Taal, heb ik gebruikt in mijn verhaal, toen nog onwetend van Ter Laans spellingregels.
Of ik de spelling hier en daar nog ga aanpassen? ‘k Wait nog nait, want ‘k heb d’r  zo al waark genog van had. Moar kiek mor. Joe kinn’n mien verhoal wat vedderop leezn in “t Grunneger houkje” van mien websait onder de titel: Mien veurolder, ain Viking?

Ik zou het bijna vergeten! De website “Dideldom.nu” bevat een schat aan Groninger verhalen en gedichten!